Go back

Home Stories: Veerle Wenes

Dit is 'Valerie Traan': zowel een openbare kunstgalerie als privéwoning.

Go back

Home Stories: Veerle Wenes

Dit is 'Valerie Traan': zowel een openbare kunstgalerie als privéwoning.

29-11-2017

Letterlijk open huis

Vanachter haar computer stuitte Veerle Wenes op een vervallen pand midden in het historische centrum van Antwerpen. Waar de meeste mensen vooral beren op de weg zouden zien – de twee gebouwen waren in bijzonder slechte staat en architecturaal gezien heel verschillend van elkaar – zag Veerle juist potentieel voor een nieuwe manier van wonen. Met hulp van haar man Bob Christiaens en architect Bart Lens was ze vastberaden de twee gebouwen samen te voegen om daar zowel te gaan wonen als te werken.

Die wens ging in vervulling met ‘Valerie Traan’ – een unieke plek waar een openbare kunstgalerie en privéwoning samenkomen. Na een flinke verbouwing gaan het modernisme van het galeriegedeelte en de traditionele Europese architectuur van haar huis esthetisch prachtig samen. Een originele betonnen vloer met visgraatpatroon en plafondhoge ramen verbinden de ruimtes met elkaar. Veerle staat bekend om het mixen van artistieke disciplines en het opnieuw uitvinden van objecten. Haar huis voelt dan ook aan als een moderne salon – een plek waar zowel business als pleasure plaatsvinden aan de keukentafel.

Meer lezen

Je deed een opleiding tot architect in Cannes, hoe ben je galeriehouder geworden in Antwerpen?

‘Architectuur is een van de meest belangrijke kunstvormen, maar voor mij was het op creatief vlak te traag. Ik hou ervan als er een beetje vaart in de dingen zit. Dat is waarom ik me ben gaan richten op grafisch design en communicatie, omdat je daar snel creatief moet zijn. Je kijkt naar wat er gaande is en vertaalt dat naar concepten. En voor mij waren de concepten, het verhaal, eigenlijk belangrijker dan de advertenties en reclames die we uiteindelijk maakten.’

Je hebt twintig jaar lang een design- en communicatiebureau gerund, hoe is die overstap van reclame naar kunst gegaan?

‘Er werd mij op een gegeven moment gevraagd om een bijzondere expositie te organiseren en dat vond ik een fantastische ervaring. Ik had nog nooit zoiets gedaan, maar had opeens te maken met directeuren van grote musea. Uiteindelijk hadden we voor het project 40 artiesten en designers in de musea werken, en dat was een fantastische combinatie van disciplines.’

Meer lezen

Deze mix van disciplines is een soort handelsmerk voor jou en je galerie geworden. Was deze tentoonstelling een soort katalysator voor je carrièreswitch?

‘Ik wilde graag onafhankelijk werken met creatieve mensen. Als je in de communicatiebranche werkt, is je creativiteit gewend om de producten te verkopen van de persoon die jou betaalt. Zo werkt het in onze maatschappij. Na twintig jaar wilde ik graag iets doen dat niet afhankelijk was van iemand anders, van klanten of geld.’

En dat iets was een galerie?

‘Ik wilde van het begin af aan niet dat Valerie Traan een ‘gewone’ kunstgalerie zou worden. Ik denk namelijk dat er al genoeg goede galeries bestaan en ik wilde niet de zoveelste zijn. Dus besloot ik een galerie te beginnen met een subtitel: ‘Subjects and Objects’. Objecten moeten een verhaal vertellen, ze moeten ergens over gaan, een ‘subject’ hebben dus. Zonder subject heeft het geen zin om ze tentoon te stellen.’

Hoe bepaal je wie en wat je laat zien in je galerie?

‘Ik ben een intuitief persoon, en ga altijd voor dingen die goed voelen. Elke tentoonstelling is even belangrijk voor mij. Als ik een expositie begin, of een samenwerking met een designer, architect of artiest, is het altijd omdat het voelt als een goede match.’

Dus een goede match is voor jou een teken van succes?

‘Succes is relatief. Succes is wat je voelt na een expositie. Je kan geen stuk verkopen, maar het kan nog steeds voelen als een succesvolle samenwerking tussen mensen, een succesvolle bijeenkomst, een succesvol gevoel, een succesvol verhaal. Omdat ik inmiddels een bepaalde leeftijd ben, zijn de redenen voor mijn galerie anders dan dat ze voor iemand van dertig jaar zijn.’

Dus als een dergelijk financieel succes niet het doel is van de galerie, wat is het dan wel?

‘Om mensen te ontmoeten. Ik ben niet iemand die privé en zakelijk gescheiden houdt. Als ik kijk naar mijn vrienden, zijn ze allemaal werkgerelateerd. Ik wilde nieuwe concepten creëren, nieuwe tentoonstellingen, nieuwe bijeenkomsten. Ik wilde op de een of andere manier een nieuwe manier van leven creëren voor mezelf, waar ik die dingen in kon combineren.’

En die manier heb je gevonden?

‘Ik begon de galerie pas toen ik dit huis had gevonden, omdat ik op dezelfde plek wilde wonen en werken. Ik stop een hoop energie in tentoonstellingen en ik wil daar graag deel van uitmaken. Mensen om me heen vind ik fijn, en ik hou van de stukken en hun verhalen in mijn dagelijkse leven.’

Meer lezen

Gezien je woon- en werksituatie, zou je zeggen dat je nogal openbaar leeft?

‘Ik ben iemand die heel bewust met privacy omgaat. Maar als de galerie open is, kunnen mensen gewoon binnenkomen en alles bekijken. Dus misschien is dat waarom we pas zijn begonnen toen we deze plek vonden. Ik wilde gewoon de juiste plek.’

Waarom koos je Antwerpen als locatie en niet Gent, waar je eerder hebt gewoond?

‘Mijn man woont in Antwerpen. En, ik weet niet of je dat weet, maar iemand uit Antwerpen verhuis je niet. Soms denk ik dat de galerie het beter zou doen in Brussel of Parijs, maar daar heb je weer andere problemen. Als je in Parijs woont, kost het veel. Als je in Brussel zit, mag je niet wonen waar je werkt. Dus ik denk dat Antwerpen een pragmatische keuze is geweest, die ik vanuit liefde heb gemaakt.’

Meer lezen

Kan je misschien nog iets meer uitleggen over de geschiedenis van beide gebouwen?

‘De galerie was een grote showroom voor meubels en deze ruimte hier was een atelier voor nonnen. Ze maakten hier beha’s. Het was dus een werkplaats, maar we renoveerden het en maakten er een woonhuis van. De ruimte van de galerie werd gebouwd in 1979, en is in contrast met het atelier juist een klassiek voorbeeld van modernisme.’

De ruimtes voelen nu heel erg verbonden, het is duidelijk dat je een paar behoorlijke renovaties hebt ondernomen voordat je erin trok.

‘We werkten samen met een vriend van ons, architect Bart Lens, om de twee gebouwen samen te voegen op een sympathieke en moderne manier. Van het moment dat we de ruimte zagen was het duidelijk; we wilden in het woonhuis achterin en de galerie voorin.’

Je carrière bracht je langs verschillende creatieve beroepen, denk je dat galeriehouder je laatste stop is?

‘Soms denk ik dat ik weer iets anders moet doen. Maar wanneer je iets begint dat goed loopt, moet je mee blijven lopen. Soms is het wel te veel. Hoe succesvoller je wordt, hoe meer werk daar bij komt kijken. Maar dat werk is juist waarom je het ooit begonnen bent.’

Meer lezen

Reacties

Reageren
* Verplichte velden

0 Reacties

Scroll to top